Billenkoek

Billenkoek


 
 
Datum: 01-03-2010 08:32:08
 
 
Economen krijgen ervan langs. Althans die economen die zich in het voetspoor van Milton Friedman hebben bekend tot het marktfundamentalisme. Aanleiding voor dit pak rammel is de financiële en economische crisis.

De mainstream economie heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld tot het kerkgenootschap van het vrije-marktkapitalisme. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was de opvatting dat markten efficiënt en zelfcorrigerend zijn dominant, niet alleen in conservatieve politiek kringen, maar ook onder economen. Opmerkelijk hieraan is dat deze opvatting strijdig is niet alleen met de realiteit, maar ook met de moderne bevindingen van de economische theorie. Die had inmiddels laten zien dat markten niet efficiënt zijn, dat wil zeggen dat hulpbronnen niet efficiënt worden gealloceerd, zelfs niet wanneer er sprake is van bijna volledige werkgelegenheid en van concurrerende markten.
In zijn nieuwe boek ‘Freefall’ zet de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz dit hardnekkige gebrek aan realisme nog eens op een rijtje. Heel vaak is het wetenschappelijk denken zo doordrenkt van bepaalde veronderstellingen dat men zich er niet meer van bewust is. Eén van die veronderstellingen is die van perfecte informatie: economische subjecten (consumenten, producenten) nemen optimale beslissingen op basis van perfecte informatie inzake alle mogelijke opties. Dit is niet de enige verbazingwekkende veronderstelling van de zogeheten neoklassieke economie. Wat we hier zien, is niet alleen van betekenis voor de beoefening van de economische wetenschap. Behalve dat er sprake is van een ideologische onderstroom (het marktdenken van Reagen en Thatcher), hebben we hier te maken met iets dat ook in andere takken van wetenschap de nodige gevolgen heeft gehad. De Amerikaanse filosoof John Dewey sprak in dit verband van ‘the Quest for Certainty’, de zoektocht naar zekerheid. Die zoektocht richt zich op het opsporen van universeel geldende natuurwetten. Sinds Descartes en Newton is in het Westen de klassieke benadering van de natuurwetenschappen het lichtend voorbeeld geworden, ook voor de beoefening van de sociale wetenschappen. In het laatste kwart van de negentiende eeuw presenteerde Walras zijn algemeen-evenwichtsmodel. Daarin beschreef hij de economie als een evenwicht, in navolging van het Newtoniaans evenwicht in de natuurkunde. Door een systematische benadering van een objectieve realiteit leren we stapje voor stapje steeds meer over de realiteit, zo is de gedachte. Wetenschapsfilosofen weten inmiddels wel beter, maar de aantrekkingskracht van die benadering is zo groot, dat daarvoor de realiteit geweld wordt aangedaan. Dat zien we niet alleen in de economie, waarvan veel beoefenaren tegenwoordig slaag krijgen, maar ook in andere sociale wetenschappen, die van de organisatie- en bedrijfskunde niet uitgezonderd. Een zeer veel voorkomende vorm van ‘wetenschappelijk’ onderzoek verloopt langs de volgende lijn. Neem een paar cases, of voer een enquête uit, pas op de verkregen resultaten statistiek (of, vaker nog, pseudo-statistiek) toe, en probeer zo tot algemeen geldende wetten te komen. Het wemelt van de master- en bachelorscripties op FM-gebied die er zo uitzien.
Nico Lemmens
www.nico-lemmens.nl  
 
Terug naar het overzicht
 

Voeg column toe
Om zelf een column toe te voegen, klik hier.